05 05 2018

De dame onder de Sahara’s, video

Kijk kier de video van onze Sahara No. 556

De dame onder de Sahara’s

In januari ’65 kocht Mme. Peillon uit St. Etienne deze 2cv 4×4, toen anderhalf jaar oud. Waar de meeste Sahara’s gebruikt werden door ruige werklui van het mannelijk geslacht, werd deze aangeschaft door een Professeur de Dessin, een tekenlerares.

Denise, zo heette ze, was ook musicus, illustreerde boeken en had interesse in de natuur en archeologie. Zo vonden we een boek genaamd Naissance de l’Époque, mede door haar geïllustreerd in 1945. We hebben het nog niet gelezen, maar kunnen ons voorstellen dat het over de heropstanding na de oorlog gaat. Ook blijkt Denise rond ’67 herontdekker van de historische bron van Font Ria, vlakbij haar woonplaats, te zijn. Een plek in de bossen met een waterbron waar de Romeinen en hun voorgangers water betrokken en waar vuurstenen werktuigen gevonden werden.

Een veelzijdige, avontuurlijke vrouw dus. We kunnen ons voorstellen dat Denise de Sahara kocht om eropuit te trekken in de heuvels en bossen. Wellicht ook om er te tekenen en schilderen. Ons is verteld dat speciaal voor haar de motorkap met reservewiel vervangen is door een gewone ribbelkap, omdat hij anders te zwaar was om te openen. Het reservewiel paste uiteraard niet achterin, dus werd hij op het dak geplaatst. Dezelfde aanpassing aan de motorkap werd later, in ’73, ook gedaan door een garagist in de buurt van Grenoble omdat deze Sahara ook voornamelijk door zijn vrouw in de Franse Alpen gebruikt werd. Deze garagist, Marc Voisin, bouwde in de jaren tachtig 2cv’s om naar 4×4 met een door hem gepatenteerd systeem met slechts één motor. In 1990 kruisen deze twee paden elkaar, wanneer deze Sahara bij de garage van M. Voisin en zijn neef ingeruild wordt voor een 2cv Voisin. Op dat moment is de kleindochter van Denise de eigenaar, maar zij vindt ‘m te zwaar om te bedienen.

Luc Palacios, de neef, biedt vervolgens de auto aan in La Vie de l’Auto, het iconische klassiekerblad van Frankrijk. Net na verschijnen loopt Alan Brown, een in de Vendée neergestreken Engelsman, zijn lokale Maison de Presse in, koopt een LVA en staat al snel als aan de grond genageld: “Citroën 2cv Sahara tel…” staat er. De volgende dag staat hij aan de andere kant van Frankrijk en koopt zijn droom, met dan 42.000km op de teller. De Sahara wordt vervolgens in september rijdend opgehaald, een tocht die langzaam en aftastend begint. De tweede dag van de tocht wordt met meer bravoure ingezet, waarbij -naar verluidt, maar we waren er niet bij- zelfs verbaasde XM-rijders met 120km/u en twee brullende motoren ingehaald werden.

In de volgende, barre winter komt de Sahara direct van pas. Hij zorgt dat de familie Brown in een dik pak sneeuw toch mobiel blijft en redt zelfs de, ietwat beschonken, buurman die met zijn Ford de greppel in gegleden is. Op menig tochtje wordt de Sahara ingezet, ook op meeting-bezoek in Engeland. Tot er in 2000 een verleidelijk bod op gedaan wordt. Via een Engelse Citroën-specialist komt No. 556 in Arizona, USA terecht. Een Amerikaanse verzamelaar, met toevallig een achternaam in dezelfde kleur, voegt ‘m toe aan zijn verzameling. Fred Brown rijdt er in het begin een enkele keer mee, maar daarna staat hij toch voornamelijk stof te vangen. Eind 2017 krijgt een vriend van ons lucht van de auto en we besluiten ‘m aan te kopen. In een container komt hij weer terug naar Europa.

We hebben niet eerder zo’n onaangetast exemplaar in handen gehad. De nummers van de techniek, chassis en koets zijn door het Conservatoire van Citroën gecontroleerd, en ze horen allen bij elkaar.

De meeste Sahara’s, waarvan je er wellicht al eerder een paar bij ons gezien hebt, zijn tot de draad versleten en moeten dus geheel gerestaureerd worden om weer klaar te zijn voor gebruik. Of ze zijn in het verleden al eens aangepakt, meest op een destijds passende wijze. Bij No. 556 hebben we alleen de techniek aandacht gegeven en de banden vervangen. En een paar zaken afgestoft. We vinden dat er eigenlijk niet (veel) meer aan moet gebeuren en vinden de vervangende motorkap al zo lang aanwezig, dat hij onderdeel van de auto en zijn historie geworden is. Vervangen zou zonde zijn, maar acht je vrij anders te beslissen, als je zijn historie verder gaat schrijven.