04 05 2018

2cv A ’50 Federspiel op Citromobile 2018

 

Net na de oorlog plaatste Jean Federspiel antennes met ingenieuze techniek op de Eiffeltoren om Frankrijk aan radio- en televisiesignaal te helpen. De elektrotechnisch ingenieur was van meer markten thuis, en ontwikkelde ook een veersysteem dat comfortabel was, een constante rijhoogte kende en bovendien actief tegenhelde in bochten. Om het systeem te testen ontwikkelde hij diverse apparaten, onder andere een paar grote trommels waar de testauto op geplaatst kon worden. De trommels waren zo gemaakt dat er al hobbelend een vrij slechte weg gesimuleerd werd.

Als testauto gebruikte hij deze 2cv A uit ’50, No. 4286, een van de eerste eenden. Aan de trekstangen en draagarmen werd een hydraulische cilinder gemonteerd om de bewegingen te maken en op te vangen. De veerpotten en schokbrekers bleven in gebruik. Onder de motorkap werd een vloeistofreservoir geplaatst, een hydraulische pomp werd aangedreven door een riem vanaf de krukas. Het 9pk-sterke motortje zal het er zwaar mee hebben gehad.

In de cabine kwam allerlei regeltechniek: een pendel aan het dashboard om de helling te bepalen, ventielen onder de stoelen om de cilinders aan te sturen, een manometer, diverse afsluiters en een voorraadtank. En een hele bos leidingen. Tot nu toe dachten we dat we best technisch waren, maar van de spaghetti die hier in ligt hebben we nog geen sluitend verhaal weten te maken…

Federspiel ging met zijn vinding in ’55 naar Citroën, maar kwam gedesillusioneerd terug: ze bleken zelf al iets dergelijks ontwikkeld te hebben! Deze vering kwam eerst op de Traction op de markt, maar vooral in de DS bleek hij wonderbaarlijk te werken. Toch is het idee van de actieve vering met tegenhellen pas veel later opnieuw toegepast, in de Xantia Activa. Andere merken in het luxere segment volgden pas veel later. In een recente en een toekomstige editie van Citroexpert vind je ook artikelen over deze auto.

Het is een wonder dat een ruim 60 jaar oud prototype bewaard is gebleven, zeker omdat het project geen directe navolging heeft gehad. Eerst verbleef hij bij de familie, later bij een verzamelaar. Deze bood recent een paar eenden uit zijn verzameling aan op een veiling in Fontainebleau, waar we deze eend samen met een prachtig exemplaar uit ’49 (de oudste complete eend ter wereld?) aan hebben gekocht voor het mooiste museum van Nederland. Daar zijn ze op afspraak te bezichtigen.